Opvang toen

De 30.000 ontheemden uit Kerkrade vinden onderdak in de omliggende gemeenten die al bevrijd zijn.

 De regio is volledig verrast door deze vluchtelingenstroom. Een aantal dorpen vangt meer mensen op dan dat ze inwoners tellen. Sommige evacués kunnen bij familie terecht. Anderen strijken neer in schuren, stallen, scholen, kerken, gemeenschapshuizen en bij mensen thuis. Families verhuizen vaak van plek naar plek, voordat ze ergens voor langere tijd kunnen blijven.

Opvang nu

In 2018 zijn 41,3 miljoen mensen ontheemd in eigen land.

 

Vier op de vijf vluchtelingen komen in een buurland van hun eigen land terecht.

De vier grootste gastlanden zijn volgens de VN Turkije, Pakistan, Oeganda en Soedan.94% van de vluchtelingen wordt opgevangen in de regio, 85% in een ontwikkelingsland.

 

In Nederland zijn er eind 2018 volgens de UNHCR 101.837 vluchtelingen. 12.303 mensen wachten op een beslissing op hun asielverzoek. Veel asielzoekers verhuizen in Nederland van asielzoekerscentrum naar asielzoekerscentrum, voordat ze horen of ze mogen blijven.

(Cijfers: VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR)

Heeft u zelf een vluchtverhaal?

Heeft u verhalen, foto’s, films of andere materialen over de evacuatie van Kerkrade of over de opvang in het heuvelland in 1944?

Bent u als vluchteling naar Nederland gekomen en wilt u uw verhaal delen?

Wat heeft die gebeurtenis met u of uw familie gedaan?

Wij maken uw ervaringen graag toegankelijk voor een breed publiek.

Neem contact op wanneer u meer wilt weten of wilt deelnemen aan dit project.

Lida van Wersch-Ploemen:

“Mijn familie was al eerder met mensen uit het Kerkraadse in contact gekomen. En wel via de 14-jarige Clara Scheeren, die in 1942 op de fiets naar Mechelen gereden was op zoek naar proviand. Bij mijn ouders kon ze terecht voor melk, boter en eieren. Toen Clara’s ouders, het gezin van aannemer Scheeren uit Chevremont, moesten evacueren kwam men terecht in een café in Trintelen. Daar was het overvol en Clara besloot, samen met haar broer (dat weet ik alleen van horen zeggen), naar Mechelen te gaan waar zij toch al goede contacten had met de familie Ploemen. Zij heeft vier weken bij ons gelogeerd in een, naar eigen zeggen, nog mooiere kamer dan thuis. In ieder geval heeft dat ertoe geleid, dat “’t Clara va Sjevemet” tot op hoge leeftijd contact aangehouden heeft en de familie is blijven bezoeken. Ik herinner mij nog dat ik als kind ooit bij hen op bezoek in Chevremont ben geweest. Een wereldreis!!’

(met dank aan Marlie Koonen-Vincken)

Marlie Koonen-Vincken:

‘In het voorjaar van 2019 tref ik in Mechelen een dame aan die een beetje verdwaasd naar een huis staat te kijken. Op mijn vraag of ik haar ergens mee kan helpen vertelt zij mij een aangrijpend verhaal: Zij heeft in dit huis als Kerkraadse evacuee een tijdje met haar familie gebivakkeerd. Hun onderkomen was in een stal, zonder licht en zonder verwarming. Er was wel een kacheltje, maar ze kregen van de bewoners geen hout om te stoken. De levenstoestand werd zo penibel dat er op zekere dag een ‘gendarme’ kwam om de toestand op te nemen. Hij besloot: zo kan het niet langer. Jullie moeten hier weg. Deze man heeft hen toen naar een ander adres gebracht. Ze zegt: “Ich han ’t heej sjleat gehad”.’

De initiatiefnemers van het boek “Kerkrade evacueert” hebben een lijst samengesteld van de dorpen en steden waar evacués zijn opgenomen.

Ad Borsboom:

“Mijn ouders evacueerden in september 1944 van Chevremont (Kerkrade) te voet naar Beek – net als vele anderen. Wat dit voor mij extra bijzonder maakt is dat mijn moeder 7 maanden zwanger was en ik, twee maanden later, geboren werd in de Heerlense vroedvrouwenschool (Het ziekenhuis in Kerkrade had teveel te lijden gehad van de oorlog). 

Dat betekent dat mijn moeder in die omstandigheden zowel de heen- als terugreis als hoogzwangere vrouw onder barre omstandigheden heeft gemaakt. Niet daar ik daar ook maar ooit een klacht over gehoord heb. Als ze er al over vertelde leek het meer op een familie uitje dan een zware en gevaarlijke tocht.

Ik heb een foto uit hun opvang in Beek, waar mijn moeder samen met enkele tantes en vele anderen nog zichtbaar is. Als je niet wist dat het allemaal evacuees waren zou je kunnen denken dat er een dorpsfeest in een patronaat bezig was. Ik vind het nu zo jammer dat ik niet meer doorgevraagd heb, maar ik weet zeker dat ze waarschijnlijk niet meer gezegd had dan ‘ zoe woar t noen eemoal, jong’.

(De foto staat bovenaan deze pagina. Ad’s moeder zit een beetje verscholen achter zijn tante die duidelijk in beeld is, iets links van het midden)

De ouders van Loes Janssen hebben net verkering als Kerkrade geëvacueerd wordt. Mia woont in Heerlen, Theo is ondergebracht in Wijlré. Ze schrijven elkaar brieven en proberen die bij elkaar bezorgd te krijgen:

Wijlré 14 Oct 1944

Liefste Mia,

Hier is nog eens een levensteken van mij. Men moet maar van de gelegen-heid gebruik maken als deze zich voordoet. De brenger van deze brief is een neef van mijn moeder. Deze moest naar het Ziekenhuis op bezoekuur komen bij een familielid van zijn vrouw. Deze is door een granaatscherf te Vaals gewond. Ook een neefje van mij is getroffen, maar deze ligt in Vaals in het noodziekenhuis, de verwon-dingen van hem waren niet zo erg.

Met mij gaat het goddank ook nog goed. Ik word hier zelfs dikker. Ik heb al 14 dagen lang van ’s morgens 1/2 9 tot ’s avonds 6 uur appels geplukt, altijd in de frisse lucht en dan de boerenkost, als deze toestand nog lang duurt ‘’verboeren’’ we helemaal.

Er begint geloof ik wel schot in te komen met het naar huis gaan. Chevermont kan Maandag a.s. beginnen met terug te keren naar de ‘’Heimat” Nu is er ook kans dat wij in de loop van deze week terug kunnen gaan en reken er dan maar op, als het niet te laat in de week gebeurt, dat ik zondag voor je deur sta. Je kunt niet geloven hoezeer ik naar deze dag verlang. Maar….. eens zal hij toch komen en men heeft hier geduld leren beoefenen.

Soms werden families opgesplitst. Mevrouw Wolthuis-Cleven was 17 tijdens de evacuatie. Zij vertelde aan haar kleindochter over haar ervaringen.

 

“Wat ik me kan herinneren is dat ik, aangekomen in Meerssen, in een stoel viel, dood en doodmoe en wakker werd in bed de dag erna. In Meerssen woonde een zus van mijn vader, tante Rika. Die dag werden we een beetje verdeeld. Vader, zus en ik. Zus Kitty en mijn vader bleven daar (bij tante Rika). Ik werd toen met de fiets naar Limbricht gebracht naar een andere zus van mijn vader, tante Lena.”

 

Ze kwam uiteindelijk in Nieuwstadt terecht, bij een andere oom en tante.

 

“Daar in de keuken lagen allemaal Amerikanen op de grond te slapen, die hadden loopgraven gegraven door de wei. Even bijkomen, denk ik. Rustperiode van 2-3 dagen en dan gingen ze weer verder. In de keuken moest je dus over de Amerikanen stappen. Tante Jet was voor de Amerikanen eieren aan het bakken.”